U bent hier: Home - Risico's - Werken op hoogte

Printvriendelijke versie

 
 
 

Werken op hoogte



Valgevaar situatie

Bij werken op hoogte is er valgevaar. De meest voorkomende ongevalscenario's zijn hierbij vallen van daken, vloeren, ladders, trappen of steigers. Niet alleen de hoogte, maar ook het karakter van de werkzaamheden en de directe omgeving bepalen het aanwezige gevaar. De meeste ongevallen door vallen ontstaan door het verlies van evenwicht, onvoldoende beveiliging of het ontbreken daarvan en verkeerd gebruik van arbeidsmiddelen zoals een ladder of steiger.

Valgevaar moet worden voorkomen.

De werkgever moet de werkplek beveiligen bij werkzaamheden waarbij er sprake is van valgevaar. De maatregelen moeten zo veel als mogelijk het gevaar van vallen wegnemen. Als dat om technische reden niet kan, moeten collectieve maatregelen genomen worden. Indien collectieve maatregelen onvoldoende bescherming bieden dan moeten individuele maatregelen worden toegepast. Wordt het valgevaar hiermee niet voldoende beheerst dan moet PBM worden gebruikt. Het aanpakken van valgevaar wordt urgenter naarmate de gevolgen van een val ernstiger zijn.

Gebruik van ladders en trappen
  • De ladder is niet bedoeld als werkplek. Het gebruik als werkplek is dan ook niet toegestaan wanneer een ander, veiliger arbeidsmiddel kan worden gebruikt. Indien andere arbeidsmiddelen niet toegepast kunnen worden, is gebruik toegestaan bij lichte en kortstondige werkzaamheden.
  • Het hanteren op een ladder of trap van gereedschap of materialen van meer dan 10 kg is niet toegestaan, evenmin als gereedschap waarmee op de gebruiker een momentkracht kan worden uitgeoefend van meer dan 100 N (zoals koevoeten, sloophamers, hogedrukreinigers, slijptollen, handfreesmachines).
  • Op een ladder moeten er altijd drie contactpunten zijn, twee handen en n voet, of twee voeten en n hand.
  • Op een ladder of trap mag niet ver gereikt worden, 'de navel moet tussen de bomen blijven'.
  • De toegestane opgetelde effectieve statijd per project is maximaal 4 uur op ladders en 6 uur op trappen.
  • De toegestane individuele opgetelde statijd is maximaal 1 uur per persoon per dag voor de ladder, en 2 uur voor de trap.
  • Plaats de trap of ladder op een onbeweeglijke, harde, stroeve en vlakke ondergrond. De goede opstelhoek van de ladder is 75.
  • De ladder en/of trap moet onderaan de stijlen zijn voorzien van een deugdelijk antislip profiel.
  • Plaats een ladder met de ladderbomen tegen de vlakke constructieve delen van het te beklimmen object, zodanig dat beide ladderbomen gelijke en voldoende steun vinden.
  • De ladder kan zijdelings wegglijden, en moet daarom bij meermalig gebruik altijd aan de bovenkant zijn geborgd.
  • De ladder moet minimaal 1 m doorsteken boven het te betreden oppervlak.
  • Beveilig in doorgangen en verkeersroutes de ladder of trap tegen aanstoten (door afzetting en signalering).
  • Controleer de opgestelde ladders en trappen dagelijks voor gebruik.
  • Verplaats een ladder of trap van meer dan 25 kg met zn tween.
  • Vrijstaande ladders (A-ladders) moeten aan de onderzijde zijn voorzien van een verbrede basis, en bij gebruik zijn geborgd.
  • Bij gebruik van een trap met platform, moet deze zijn voorzien van een steunbeugel van tenminste 60 cm.
  • Tijdens het klimmen en dalen op een ladder moeten beide handen vrij zijn.

Gebruik van rolsteigers
  • De rolsteiger moet, voor wat betreft de opbouwmethode en de configuratie, voldoen aan de handleiding of aan de tekening en berekening.
  • Rolsteigers moeten worden opgebouwd volgens de instructie van de fabrikant.
  • Een vloer mag pas betreden worden nadat minimaal de heupleuningen zijn aangebracht
  • Voer voor het gebruik en aan het begin van de werkdag een visuele controle uit (compleet, onbeschadigd en stabiel).
  • Verwijder tijdens het gebruik geen onderdelen zoals verankeringen, leuningen, stabilisatoren of diagonalen.
  • Een rolsteiger mag alleen betreden en gebruikt worden als deze geremd is.

Gebruik van stalen steigers
  • De Richtlijn Steigers is onverkort onderdeel van de Arbocatalogus (www.richtlijnsteigers.nl).
  • De steiger wordt ontworpen en gemonteerd op basis van eisen die het gebruik stelt. Gebruik het inventarisatieformulier uit het A-Blad of de Richtlijn Steigers.
  • Een steiger mag alleen opgebouwd en aangepast worden door een gecertificeerd steigermonteur (geregistreerd in het Centraal Diploma Register).
  • De kwalificaties van de monteur zijn beschreven in de arbocatalogus.
  • Tijdens gebruik controleert een gecertificeerd inspecteur/gecertificeerd toezichthouder steigergebruik namens de gebruiker van de steiger. De interval van de inspecties is in de bouwnijverheid te doen gebruikelijk 2 weken, en na iedere aanpassing van de steiger of de omgeving, en na bijzondere gebeurtenissen (storm o.d.) de steiger (RS 6.3). Een interval anders dan 2 weken heeft een relatie met de gebruiksintensiteit, wordt onderbouwd en vastgelegd.
  • Een steiger mag alleen betreden worden als de steiger is vrijgegeven (meestal 1e monteur, zie RS 7.2).
  • Alvorens een steiger te betreden wordt beoordeeld (LMRA) of de steiger acceptabel is (beoordeel; ondersteuning van de staanders; verankeringspatroon op regelmaat, volledig dichtgelegde vloeren, aanwezigheid van leuningen en kantplanken, veilige toegankelijkheid, belasting, schoren ongebogen en in vast patroon).
  • De steiger en de vloeren moeten veilig toegankelijk zijn.
  • Tijdens gebruik mag de steiger niet zwaarder worden belast dan aangegeven op de tekening.
  • Tussen de gevel en de steigervloer mag geen opening zijn groter dan 15cm.
  • Werkvoorraad o.d. mag de verkeersroutes, vluchtroutes en trappen niet blokkeren.
  • De steiger moet verlaten worden bij een windkracht van meer dan 8 beaufort (weersverwachting: www.knmi.nl), onweer en bliksem, hevige sneeuwval of hagel, ijzel.
  • Graafwerkzaamheden naast de steiger zijn alleen onder voorwaarden toegestaan (RS 6.1.3).
  • Werkplek verhogingen zijn niet toegestaan tenzij aanvullende maatregelen worden getroffen om vallen tegen te gaan (RS 6.1.5).

Welke beroepen hebben te maken met valgevaar?
Bijna iedereen in de bouwnijverheid heeft bij het werken op hoogte af en toe te maken met valgevaar:

Betonboorder / -zager
Betonstaalvlechter / ijzervlechter
Betonstorter / gietbouwer
Betontimmerman / bekistingstimmerman
Blokkensteller - ruwbouw
Dakdekker - leisteen / leidekker
Dakdekker - dakpannen / pannendekker
Dakdekker - riet / rietdekker
Gevelmonteur / gevelbekleder
Kassenbouwer
Kozijnmonteur
Metselaar (nieuwbouw)
Metselaar (renovatie / onderhoud)
Monteur steigerbouw
Opperman / bouwvakhelper
Ovenbouwer
Spanmonteur (voorspantechniek)
Stelleur
Timmerman (nieuwbouw)
Timmerman – metselaar
Timmerman (onderhoud, renovatie, restauratie)
Voeger (nieuwbouw, renovatie, restauratie)


Wat zegt de wet- en regelgeving?


Wettelijke verplichtingen
Arbowet; Artikel 3 (geheel)
In dit artikel krijgt de werkgever de opdracht om het werk en omstandigheden zodanig te organiseren dat schade voor de werknemers is uitgesloten. Belangrijk is de RI&E waaruit beheersmaatregelen volgen.
Werkzaamheden op hoogte mogen alleen worden uitgevoerd vanaf een veilige en ergonomisch verantwoorde steiger, stelling, bordes of werkvloer. Als dat niet mogelijk is, moet u het meest geschikte arbeidsmiddel kiezen om het werk zo veilig mogelijk te kunnen uitvoeren. Uit risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) zal moeten blijken wat het meest geschikte middel is in een bepaalde situatie.

Arbobesluit Artikel 1.37 Deskundig toezicht
Bij werken op hoogte en de aanwezigheid van jeugdigen op de arbeidsplaats is deskundig toezicht noodzakelijk.

Arbobesluit Artikel 2.32 Aanvullende verplichtingen uitvoerende partij; Werken op hoogte betekent in alle gevallen een specifieke RI&E/TRA.

Arbobesluit: Artikel 3.16 Voorkomen valgevaar
  • Het Arbobesluit eist dat de werkgever maatregelen neemt om valgevaar te voorkomen. Er is in ieder geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden, openingen in vloeren of als het gevaar bestaat om 2,5 m of meer te vallen. Dit kan door middel van het aanbrengen van een veilige steiger, stelling of werkvloer of het aanbrengen van doelmatige hekwerken en leuningen. Als deze voorzieningen niet aangebracht kunnen worden omdat bijvoorbeeld het aanbrengen ervan te grote risico's met zich meebrengt, mogen vangnetten of harnasgordels met lijnen worden gebruikt.

Arbobesluit: Artikel 3.28 Stabiliteit en stevigheid
  • Werkplekken zijn stabiel en voldoende stevig. Tijdens het gebruik wordt de stabiliteit en sterkte regelmatig gecontroleerd.

Arbobesluit: Artikel 7.23 Algemeen
  • Werkzaamheden op hoogte mogen alleen worden uitgevoerd vanaf een veilige en ergonomisch verantwoorde steiger, stelling, bordes of werkvloer. Als dat niet mogelijk is, moet u het meest geschikte arbeidsmiddel kiezen om het werk zo veilig mogelijk te kunnen uitvoeren. Uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (R&E) zal moeten blijken wat het meest geschikte middel is in een bepaalde situatie. Het gebruik van de ladder als werkplek moet zoveel mogelijk beperkt worden tot situaties waarin het gebruik van een ander veiliger arbeidsmiddel niet gerechtvaardigd is in verband met het geringe risico en
    • vanwege de korte gebruiksduur, of
    • vanwege bestaande kenmerken van de locatie die de werkgever niet kan veranderen.

Arbobesluit: Artikel 7.23A Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van ladders en trappen
  • Ladders en trappen worden zodanig geplaatst dat hun stabiliteit tijdens gebruik is gewaarborgd. Het wegglijden van de ladder wordt tegengegaan. Toegangsladders steken tenminste 1 m boven het toegangsniveau uit.

Arbobesluit: Artikel 7.23B Specifieke bepalingen betreffende steigers
  • Als de fabrikant / leverancier geen sterkte- of stabiliteitsberekening beschikbaar stelt, dan moet deze alsnog worden uitgevoerd, tenzij de steiger wordt opgebouwd volgens een algemeen erkende standaardconfiguratie.
    • Als bepaalde delen van de steiger niet gebruiksklaar zijn, dan worden deze gemarkeerd en afgebakend.
    • Steigers worden alleen opgebouwd, afgebroken of ingrijpend veranderd onder leiding van een bevoegd persoon en door werknemers die voor de beoogde werkzaamhedeneen specifieke opleiding hebben ontvangen.

Arbobesluit: Artikel 7.23C Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met lijnen
  • Dit artikel geeft specifieke voorschriften voor het gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met lijnen. De betrokken werknemers moeten een adequate en specifieke opleiding hebben ontvangen.

Arbobesluit: Artikel 7.23D Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van werkbakken
  • Vervoer van werknemers met behulp van een werkbak gekoppeld aan een hijs- of hefwerktuig is alleen toegestaan als het gaat om werkzaamheden die jaarlijks hooguit enkele keren plaatsvinden en
    • die per keer niet langer duren dan vier uren, op plaatsen die moeilijk bereikbaar zijn en
    • indien toepassing van andere, meer geëigende middelen om die plaatsen te bereiken, redelijkerwijs niet kan worden gevergd.
  • Een risico-inventarisatie en -evaluatie moet dit uitwijzen.
  • Als de werkbak is bevestigd aan een hijskraan bedraagt de belasting door de volbelaste werkbak en het bijbehorend hijsgereedschap niet méér dan één kwart van de toelaatbare werklast van de hijskraan. Bij gebruik van een werkbak die is bevestigd aan een vast-opgestelde hijskraan of aan een op een permanente kraanbaan opgestelde hijskraan bedraagt de belasting niet meer dan driekwart van de nominale belasting waarvoor deze kranen zijn ontworpen.
  • De bedieningsplaats van het hijs- of hefwerktuig moet permanent bemand zijn. De werknemers die worden gehesen of geheven beschikken over een doeltreffend communicatiemddel, en er zijn doeltreffende voorzieningen getroffen om de werknemers bij gevaar te kunnen evacueren.

Arbobesluit: Artikel 7.34 Steigers
  • De veiligheid van de constructie van een steiger wordt regelmatig gecontroleerd door een ter zake deskundig persoon, in ieder geval vóór de ingebruikneming en verder na ieder wijziging in de constructie van de steiger, na een periode waarin de steiger niet is gebuikt, na abnormale weersomstadigehden en na iedere uitzonderlijke gebeurtenis.


Cao voor de Bouwnijverheid
  • Artikel 56 Vergoeding werkkleding en gereedschap bouwplaatswerknemers.
  • Artikel 70b Bijzondere veiligheids- en arbobepalingen bouwplaatswerknemers lid 4, 13 en 14.
  • Artikel 70c Bijzondere veiligheids- en arbobepalingen uta-werknemers lid 5.


Meer informatie
 
   
   
 

Download gehele risico als PDF

 
 
 

< terug naar vorige pagina